Inleiding
In het online Indisch milieu vinden liefhebbers, onderzoekers en nakomelingen van Nederlands-Indische families elkaar op tal van platforms. Van community groepen op Facebook tot gespecialiseerde archieven en blogs, het internet biedt een dynamische voedingsbodem voor het behoud, delen en bespreken van Indische herinneringen en cultuur.
Deze digitale wereld maakt het mogelijk om persoonlijke getuigenissen en historische informatie op één centrale plek te verzamelen, te verrijken en toegankelijk te houden voor een breed publiek.
De Indische Verhalentafel voegt zich in dit landschap als een neutraal en verbindend podium waar zowel ervaringsverhalen als contextuele achtergronden samenkomen. Met tastbare herinneringen schept het platform een diepgaand en gelaagd beeld van de Indische geschiedenis.

Tilly en Guus
Tilly van Coevorden is medeoprichter en algemeen bestuurslid van de Stichting Nederlands-Indië, schrijfster en researcher van De Indische Verhalentafel. Vanuit deze rol verzamelt en redigeert zij familieverhalen met Indische roots en begeleidt zij de vertellers bij het delen van hun herinneringen .
Samen met haar man Guus Rozendaal richtte ze in 2020 De Indische Verhalentafel op, een neutraal online platform voor Indische familiegeschiedenissen. Met diepgravend internet- en archiefonderzoek brengt ze losse herinneringen samen tot rijk geïllustreerde, historisch ingebedde vertellingen voor een breed publiek. Als researcher en schrijfster verzamelt en structureert Tilly familieverhalen door intensief internet- en archiefonderzoek. Ze begeleidt vertellers bij het ophalen van herinneringen en schreef tot nu toe ruim zestig verhalen, waaronder dat van haar eigen Indische achtergrond.
Zie: Gerry van Zijll Langhout vertelt | De Indische Verhalentafel
Daarnaast initieerde zij het ‘Poesaka’-project, waarin tastbare erfstukken centraal staan. Met behulp van gerichte e-mailinterviews ontwikkelt Tilly test-verhalen die door vertellers meerdere keren worden aangevuld totdat een rijk geïllustreerde eindversie ontstaat.
Guus Rozendaal is medeoprichter en voorzitter van de Stichting Nederlands-Indië en van De Indische Verhalentafel. Geïnspireerd door Simone Berger’s boek Istori Kita legde hij in 2020 het Indische levensverhaal van zijn grootvader en vader vast en maakte daarvan de kern van het nieuwe digitale platform voor Indische herinneringen online . In zijn verhaal vertelt hij de geschiedenis van zijn familie tussen 1920 en 1958.
Samen met Tilly zorgde hij dat De Indische Verhalentafel uitgegroeid is tot een archief met meer dan zestig originele verhalen, ondersteund door een continue groeiende Facebook-groep van ruim 5.500 leden en een pagina met 1.700 volgers, waarmee hij actief bijdraagt aan het behoud en de verspreiding van het Indische immateriële erfgoed.
Zie: https://www.facebook.com/groups/911146306252318
Zijn familieverhaal vormde de basis voor De Indische Verhalentafel, waarin hij de opbouw, de Japanse bezetting en de nasleep van de politionele acties in persoonlijke perspectieven beschrijft.

Het Interview
Doric(D): Dank dat ik bij jullie thuis mocht komen om met jullie te praten over Nederlands-Indië en jullie activiteiten ermee. Jullie wonen, heb ik begrepen in Zwitserland, maar komen hier in Babant, jullie “pied à terre” in Nederland, ongeveer om de twee maanden een paar weken. Aan jullie inrichting met veel beelden (en ook poesaka’s) kan je zien dat jullie een sterke band hebben met Nederlands-Indië en Indonesië. Kunnen jullie aangeven wat jullie relatie is met Nederlands-Indië?
Guus (G): Mijn relatie met Indië begint met mijn grootvader. Hij ging met zijn vrouw/mijn oma, mijn vader (toen 2 jaar) en zijn jongere zus naar Java in 1921 om als leraar aan de slag te gaan. Later kwamen er nog 8 kinderen bij. In 1936 werd mijn vader naar Nederland gestuurd om het gymnasium te volgen. Daarna heeft hij een rechtenstudie gevolgd en specialiseerde zich met name in de Adat (Indisch gewoonterecht). Na zijn afstuderen in 1946 kreeg hij een aanstelling als Auditeur Militair (een officier van justitie bij de temporaire krijgsraad in Medan). Deze functie heeft hij bekleedt tot de soevereiniteitsoverdracht eind 1949. Hij keerde kort terug naar Nederland maar kreeg al vrij snel een baan als 2e Secretaris van de AVROS (Algemene Vereniging van Rubberondernemingen aan de Oostkust van Sumatra) ook in Medan op Sumatra. Totdat op 5 december 1957 (de zogenaamde Zwarte Sinterklaas) alle nog in Indonesië wonende Nederlanders als “ongewenst vreemdeling” werden verklaard en werden met klem verzocht Indonesië te verlaten. Nederlandse bedrijven werden genationaliseerd. Hals over kop ging mijn familie toen terug naar Nederland. Ik was toen 4 jaar oud. Mijn moeder vond het niet erg want in de tropen was ze vaak ziek. Vader raakte wat verbitterd, want het was immers het land waar hij was opgegroeid. Thuis werd nauwelijks of niet over de Indische tijd gesproken, althans voor zover ik mij kan herinneren. Pas na mijn pensionering begon ik mij te interesseren voor mijn roots, maar toen was vader reeds overleden en moeder nauwelijks aanspreekbaar door dementie. De informatie voor mijn Indische familieverhaal heb ik uit persoonlijke documenten en wat externe bronnen moeten halen:
https://de-indische-verhalentafel.online/deverhalentafel/guus-vertelt-over-opa-rozendaal/
https://de-indische-verhalentafel.online/deverhalentafel/guus-rozendaal-vertelt


Tilly (T): Door het verhaal van Guus besefte ik dat ik Indische nichtjes had en kreeg interesse in hun achtergrond. Ik nam contact op met één van de nichtjes die in Den Haag woonde en ben daarna onze familie geschiedenis gaan uitpluizen. Daar is een mooi verhaal uitgekomen.
Ik heb toen tegen Guus gezegd dat we met die verhalen wat moesten doen. We kozen ervoor om geen boek te publiceren maar een website op te zetten omdat je die steeds kunt aanpassen als er nieuwe informatie boven water komt, wat regelmatig gebeurt. Veel mensen hebben de één of andere relatie met Nederlands-Indië maar weten vaak niet op welke wijze en ook niet hoe ze daar achter kunnen komen. Inmiddels heb ik dat uitzoeken mij helemaal eigen gemaakt.
D: Het is eigenlijk historisch onderzoek wat je doet.
T: Historisch onderzoek is een beetje een groot woord maar het komt in de buurt. Veel mensen hebben bijvoorbeeld alleen een naam en/of een bedrijfsnaam waar iemand gewerkt heeft. Ik ga dat dan helemaal uitspitten. Op de website houden wij het kort; het gaat immers om de essentie van de familie weer te geven: daar waar de familie voor staat. Heel veel speurwerk doe ik op het internet; maar ik ga ook fysiek naar een databank of archief zoals het bevolkingsregister, het NIOD en het Nationaal Archief, als ik in Nederland ben. Ook heb ik mij laten vertellen dat het Archief van de Mormoonse kerk heel nuttig is, daar ze een hele grote verzameling informatie en foto’s hebben. Je moet geduld en doorzettingsvermogen hebben, want je moet veel uitzoeken, lezen, (op)schrijven, etc. Je bent snel 2 maanden bezig om één casus uit te zoeken.
Op het internet begin ik vaak met Delpher, Roosje Roos en de ontsloten archieven van het IGV (Indische Genealogische Vereniging). Voor veel van die websites moet je betalen om het te gebruiken. Ons werk voor de vertellers is echter geheel belangeloos en kosteloos dus dan is het behoud van veel van de betaalde websites wel een financiële opgave.
Een emotioneel mooi moment was dat ik voor een mevrouw uit Engeland heb uitgezocht waar haar oma, die aan lager wal was geraakt, begraven lag in Amsterdam. En omdat ze toen financieel niet in staat was om naar Amsterdam te komen, heb ik zelf het graf van die oma bezocht, er foto’s van gemaakt en aan haar opgestuurd. Ze was zo dankbaar en ook haar vader die nu wist waar zijn moeder lag begraven. Het zijn kleine dingen die veel voldoening geven.
Overigens; we hebben gemerkt dat ons werk soms ook heeft bijgedragen aan traumaverwerking.


D: vertel
G: Ja, Tilly werd een keer door een Hollandse kennis met een duidelijke Indische achtergrond uit Basel gevraagd om uit te zoeken wat hun achtergrond was en hoe de familieverbanden in elkaar zaten. Er was best een groot geheim in de familie en dat geheim had de familie uit elkaar gedreven. Door het verhaal met toestemming van deze kennis te publiceren heeft dit er toch toe geleid dat de familie weer bij elkaar kwam. Er vond ook een stuk traumaverwerking plaats, want de verteller was op een gegeven moment tot wel twee keer toe in tranen uitgebarsten. Zo’n verhaal kan dus niet-verwerkte trauma’s helen.
D: Kan je meer vertellen over de totstandkoming en beheer van jullie website?
T: Ja, die heb ik helemaal zelf gemaakt. Hij is ondergebracht bij One.com een Deense provider die een eigen heel gebruikersvriendelijk systeem heeft om webites te bouwen en te onderhouden. Het mooie van een website, ik zei het al eerder, is dat het leeft, verandert. Je kunt blijven updaten.
Het bereik van een website is in principe veel groter dan dat van een boek. Inmiddels hebben we al meer dan 2000 bezoekers per week.
G: We zijn zo’n vier of vijf jaar geleden begonnen. Op dit moment bereiken echter weinig verhalen en/of mogelijke vertellers ons nog. Er zijn een aantal andere websites met persoonlijke verhalen over Nederlands-Indië. Het merendeel van die verhalen gaat over de Tweede Wereldoorlog en de interneringskampen. Misschien dat de mensen die bereid waren hun verhaal te vertellen dat nu al hebben gedaan. Bij ons of bij anderen. De vijver is waarschijnlijk een beetje leeggevist.
Het project is dus eigenlijk af. We gaan niet meer actief op zoek naar verhalen. We wachten af wat ons aangeboden wordt. We hebben een flyer gemaakt en die neergelegd bij verschillende Nederlands-Indië gerelateerde organisaties, maar de response daarop is zeer gering.
Om de continuïteit van de website en De Indische Verhalentafel te waarborgen hebben we een stichting opgericht (Stichting Nederlands-Indië) en de Indische Verhalentafel daarin ondergebracht. Uiteindelijk gaat het om commitment met de doelstelling en het vervolg daarvan.

Tussen 1920 en 1932
Bron: https://commons.wikimedia.org/

Bron: https://commons.wikimedia.org/
D: Hebben jullie, naast de website en Facebook, nog ander activiteiten?
T: In het verlengde van onze activiteiten met de Indische verhalen hebben we een filmportret gemaakt van de in Indische en herdenkingskringen bekende Joost van Bodegom, met als titel “Japanse kampen door de ogen van een kind”. We hebben onlangs een trailer van 10 minuten op onze website gezet. Joost heeft als 6-jarig jongetje in verschillende kampen gezeten. We hebben hem geïnterviewd en laten ook veel interessante kamptekeningen zien die relevant zijn voor zijn persoonlijk verhaal; het is een leuk interview geworden waarin hij onder andere met zijn kleindochter praat en een krans legt op de Dam in Amsterdam op de nationale herdenking van 4 mei.
Het is een 40 minuten durend filmportret, gemaakt door een professionele documentairemaker. Het geheel is uit eigen zak gefinancierd. We hebben het filmportret aan verschillende omroepen aangeboden, in het kader van “80 jaar Vrijheid”, maar die hadden er helaas geen belangstelling voor omdat het geen eigen productie was. Het filmportret is voor onze lezers gratis aan te vragen bij de stichting Nederlands-Indië door een email te sturen naar info@nederlands-indie.info.
Omdat het over een periode van de Tweede Wereldoorlog gaat, hebben wij het ook aangeboden aan verschillende onderwijsinstellingen. Helaas hadden ook die geen interesse. Het is heel jammer, want wij hebben die documentaire juist gemaakt met het oog op scholen. Omdat er vaak veel kinderen op scholen zitten die uit een oorlogsgebied komen wilde wij een filmportret maken die de waarheid vertelt zonder heftige beelden en/of foto’s, maar wel de geschiedenis vertelt zodat deze niet in de vergetelheid komt. Het filmportret is wel onderdeel geweest van een themadag bij verschillende andere stichtingen en ook de hele dag vertoond op de Pasar Malam in Rijswijk met achteraf een Q&A met Joost van Bodegom zelf. De reacties waren zonder meer positief en dat geeft dan weer voldoening


G: En je hebt nog dat project met Hélène.
T: Ja, maar daar kan ik kort over zijn. Hélène is een Zwitserse met Indische roots. Ze heeft het beheer over zo’n 300 schilderijen van een Zwitserse kunstenaar gekregen. Het zijn hele mooie en interessante werken. Die moeten nog allemaal op ramen worden gezet, want nu zijn het allemaal rolletjes.. Daarom heb ik haar aangeboden te helpen; met zoeken naar financiering, het schrijven van een verhaal over de kunstenaar, het maken van de website en eventueel de verkoop van de werken.
D: En jij Guus?
G: Binnenkort ga ik voor drie weken naar Medan, mijn geboorteplaats. Ik verblijf dan in het prachtige “Deli River Hotel” dat door een Nederlander en zijn Javaanse vrouw is opgezet. Ik ga daar research doen en schrijven over de nog bestaande gebouwen uit de Indische tijd, waar er nog vele van zijn in Medan.
D: Wat doe je voor dat project?
G: De bedoeling is om een soort van catalogus te maken met als titel “Medan Toen & Nu” met een foto van hoe het betreffende gebouw er vroeger uitzag, een recente foto en een korte beschrijving. Ik word dan ondersteund door de heer Dirk Buiskool, eigenaar van het eerder genoemde hotel en een historicus, die heel veel weet over Medan en haar historische gebouwen.
D: Dank jullie wel Guus en Tilly voor dit interview en voor jullie hartelijke ontvangst. Jullie wonen hier prachtig; mooie omgeving en zeer mooi ingerichte woning met veel Indonesische artefacten. Kunnen jullie als laatste iets zeggen over jullie verzameling?


T: Onze vakantiewoning hier in Noord-Brabant staat in een zeer bosrijke omgeving op een vakantiepark. Wij hebben de woning “Tempat Senang” genoemd (vrij vertaald: “plek waar ik mij prettig voel”). Hier komt de Indische interesse van Guus en mijn liefde voor het verzamelen van kunstobjecten samen. Waar Guus heel erg gecharmeerd is van de mooie houtsnijwerken uit Java en Bali was ik vooral geïnteresseerd in de Batakkunst van Sumatra het eiland waar Guus geboren is. Ik ben mijn hele volwassen leven al bezig met het verzamelen van kunst dus struin menig rommelmarkt, online marktplaats of veilinghuis af. Aangezien ik een achtergrond heb van een medisch gezin heb ik ook een grote collectie Sumatraanse Batak medicijnkokers kunnen verzamelen. In de tuin hebben we een Javaans prieel met daarin een grote Loro Blonyo.
Loro Blonyo is een prachtig voorbeeld van Javaanse symboliek en cultuur. Het betekent letterlijk “twee worden één” in het Javaans, en verwijst naar een traditioneel beeldend stel: Dewi Sri, de godin van rijst en vruchtbaarheid, en haar echtgenoot Raden Sadono2.
Culturele betekenis:
• Ze staan symbool voor een gelukkig huwelijk, vruchtbaarheid en voorspoed.
• Worden vaak gebruikt bij traditionele Javaanse huwelijksceremonies, waar ze op een ceremonieel bed (krobongan) worden geplaatst.
• De beelden worden meestal gemaakt van hout of terracotta en zijn geliefd als decoratie of huwelijksgeschenk.
In de praktijk:
• In Java worden ze gezien als beschermers van het huis en het gezin.
• Moderne versies worden ook verkocht als kunstobjecten of souvenirs, maar de originele betekenis blijft diep geworteld in de Javaanse traditie.


D: Ik wens jullie heel veel succes met jullie projecten.