Willem van Tijen (1894–1974): Irrigatie-ingenieur in Bandoeng, pionier van de sociale woningbouw in Nederland

1. Jeugd en familie

Willem van Tijen werd op 1 februari 1894 geboren in Wormerveer, een Noord-Hollandse industrieplaats aan de Zaan die in die tijd vooral bekendstond om zijn papier- en kartonproductie. Hij was de derde zoon van fabrikant Willem van Tijen (1860–1901) en Wilhelmina Maria Laan (1865–1917). Zijn jongere broer Jacobus Elisa van Tijen — ook bekend als Co van Tijen — werd in 1897 geboren en zou later eveneens een bekende naam worden, als acteur en regisseur in de Nederlandse theaterwereld.

De familie Van Tijen behoorde tot de gegoede middenstand. De vroege dood van zijn vader in 1901 — Willem was toen pas zeven jaar — zal het gezin hebben geconfronteerd met financiële veranderingen, maar het stelde hen kennelijk nog steeds in staat hun zonen een gedegen opleiding te bieden. Zijn moeder overleed in 1917, het jaar dat hij zijn grote reis naar Azië aanving. In 1919 trouwde Van Tijen in Blaricum met Wilhelmina Alida Hajema; hij had op dat moment al zijn eerste stappen in Nederlands-Indië gezet.

2. Opleiding tot ingenieur

Aanvankelijk wees niets erop dat Van Tijen een technische carrière zou volgen. In 1914 — bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog — begon hij een studie rechten, maar die liep al snel stuk. Om de militaire dienstplicht te ontlopen nam hij een betrekking aan bij een mijnbouwonderneming in Nederlands-Indië, en in 1917 vertrok hij op avontuurlijke wijze via Rusland — waar de revolutie op uitbreken stond — Siberië en Oost-Azië richting de Indische archipel. Hij belandde eerst op Sumatra, waar hij zijn eerste ervaringen opdeed in de mijnbouw.

In 1920 opende de Technische Hoogeschool te Bandoeng (THB) haar deuren — de eerste en enige technische hogeschool van Nederlands-Indië. De instelling was opgericht dankzij een particulier initiatief van Nederlandse ondernemers, waaronder de filantroop Karel Bosscha, die meer dan drie miljoen gulden bijeen wisten te brengen. Het onderwijs was sterk georiënteerd op de koloniale praktijk: irrigatie, wegenbouw, waterstaat en tropische architectuur stonden centraal. Van Tijen schreef zich in voor de opleiding civiel ingenieur, met als specialisatie irrigatietechniek, en studeerde in 1924 af als een van de eerste lichting ‘Bandoengsche ingenieurs’ — een titel die hen onderscheidde van de in Delft opgeleide collega’s.

3. Werken in Nederlands-Indië

Na zijn afstuderen in 1924 bleef Van Tijen werkzaam in de kolonie. Als irrigatie-ingenieur hield hij zich bezig met waterbeheersingsprojecten op Java — een sector die in Nederlands-Indië van groot economisch belang was, omdat de rijstteelt en andere landbouw sterk afhankelijk waren van goed functionerende irrigatiestelsels. Hij was projectleider bij de bouw van een stuwdam op Java, een grootschalig en technisch veeleisend werk dat veel organisatietalent vergde.

Hoewel Van Tijen in deze periode geen architectonische werken ontwierp — zijn opleiding was immers puur civiel-technisch van aard — legde zijn tijd in Nederlands-Indië een belangrijk fundament. Hij leerde er omgaan met grootschalige bouwprojecten, leidinggevende posities en de praktische uitdagingen van bouwen in een tropisch klimaat. Deze ervaringen zouden later, zij het indirect, doorwerken in zijn denken over collectieve ruimtes, efficiënt ruimtegebruik en de sociale functie van gebouwen.

4. Periode in Nederlands-Indië

Van Tijen verbleef in totaal een kleine tien jaar in de Indische archipel, van 1917 tot zijn gedwongen vertrek in 1926. Deze periode omspande twee fasen: eerst de jaren als werknemer in de mijnbouw op Sumatra, daarna zijn studie- en werktijd in en rond Bandoeng op Java. Bandoeng was in die jaren een bruisende koloniale stad in opkomst, gelegen in de koele berglucht van het Preanger-plateau, en gold als het culturele en intellectuele hart van de kolonie. De stad trok Europese ambtenaren, planters, ingenieurs en intellectuelen, en huisvestte naast de Technische Hoogeschool ook een levendige artistieke en politieke scene.

In 1926 dwong een ernstige aanval van poliomyelitis — kinderverlamming — Van Tijen tot een vroegtijdige terugkeer naar Nederland. De ziekte liet blijvende sporen na en bepaalde mede het verdere verloop van zijn leven. Tijdens zijn herstel in Amsterdam, ver verwijderd van de bouwwerven van Java, verschoof zijn interesse. Hij verdiepte zich in volkshuisvesting en woningbouwarchitectuur en begon een nieuw hoofdstuk — dat hem uiteindelijk zou maken tot een van de invloedrijkste architecten van naoorlogs Nederland.

5. Soekarno als klasgenoot

De Technische Hoogeschool te Bandoeng telde in haar eerste jaren slechts een handvol studenten. Bij de opening op 3 juli 1920 begonnen 28 studenten aan de opleiding — 22 Europeanen, 2 Indonesiërs en 4 Chinezen. In het academisch jaar 1921–1922 kwamen er 38 nieuwe eerstejaars bij, onder wie zes Indonesische studenten. Één van hen was Raden Soekarno, de latere eerste president van de Republiek Indonesië.

Soekarno was in 1921 ingeschreven als student, twee maanden nadat het semester begonnen was, en verliet de hogeschool korte tijd later opnieuw. Pas in 1924 keerde hij terug en voltooide zijn studie in 1926 als architect onder leiding van professor Charles Prosper Wolff Schoemaker. Daarmee behoorde hij tot dezelfde kleine generatie van pioniersstudenten als Van Tijen, al liepen hun studieperiodes slechts gedeeltelijk samen. In de hechte studiegemeenschap van de THB — waar iedereen iedereen kende — zullen de twee elkaar ongetwijfeld gekend hebben. Of hun contacten intensief waren, is niet gedocumenteerd, maar de parallellen zijn frappant: beiden waren aanwezig in Bandoeng in de vroege jaren twintig, beiden werden gevormd door dezelfde instelling en dezelfde stad, en beiden zouden na hun vertrek uit Indië een buitengewoon invloedrijke rol spelen — Soekarno in de politieke onafhankelijkheid van Indonesië, Van Tijen in de naoorlogse wederopbouw van Nederland.

Over de connectie met Soekarno: beiden studeerden aan de THB in Bandoeng, maar hun studietijden overlapten slechts gedeeltelijk. Soekarno stond ingeschreven als student in 1921 Wikipedia en studeerde in 1926 af als architect. Van Tijen studeerde van circa 1920 tot 1924. In de kleine gemeenschap van de THB zullen ze elkaar gekend hebben, maar directe gedocumenteerde contacten tussen beiden zijn niet aangetroffen — dit is in de tekst eerlijk weergegeven.

6. Periode in Nederland

Na zijn gedwongen terugkeer uit Nederlands-Indië in 1926 — veroorzaakt door een ernstige aanval van poliomyelitis — vestigde Willem van Tijen zich in Amsterdam. De ziekte liet hem met blijvende beperkingen achter, maar ook met een herboren focus. Tijdens zijn herstelperiode verdiepte hij zich intensief in de sociale woningbouw, een sector die in Nederland onder sterke druk stond door de snel groeiende steden en de woningnood die in de crisisjaren van de jaren dertig alleen maar nijpender werd.

Van Tijen behaalde zijn architect-diploma en richtte in 1930 een samenwerkingsverband op met de Rotterdamse architect Huig Maaskant. Hun samenwerking zou uitgroeien tot een van de meest productieve architectuurpraktijken van het interbellum. In 1933 ontwerpäerden zij samen de Parklaanflat in Rotterdam, gevolgd door de baanbrekende Bergpolderflat (1934) — een van de eerste hoogbouwflats in Nederland en een mijlpaal in de internationale modernistische architectuur. De Bergpolderflat, met zijn staalskelet, open galerijen en functionalistische gevel, gold in vakbladen wereldwijd als bewijs dat industrieel bouwen en menswaardige woonomstandigheden konden samengaan.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog zette Van Tijen zijn werk voort, zij het in sterk verminderde mate. Hij publiceerde in 1941 het invloedrijke boek “Woonmogelijkheden in het nieuwe Rotterdam”, samen met Maaskant, een visionaire studie over de toekomst van de verwoeste havenstad. Na de bevrijding in 1945 was hij een van de centrale figuren in de grootschalige wederopbouw van Rotterdam. Als stedenbouwkundige en adviseur ontwierp hij wijken als Zuidwijk — een naoorlogs tuindorp met duizenden woningen — en leverde hij bijdragen aan de uitbreiding van Vlaardingen. Parallel hieraan was hij actief als docent en publicist, en droeg hij bij aan het debat over volkshuisvesting in tijdschriften als “Forum”. Zijn Nederlandse periode beslaat daarmee bijna vijftig productieve jaren, en staat in schril contrast met de relatief korte maar bepalende tijd die hij als jongeman in de tropen doorbracht.

Willem van Tijen overleed op 28 mei 1974 in Heemstede, Noord-Holland, op 80-jarige leeftijd. Hij had in zijn laatste levensjaren gewoond in Zandvoort. Zijn nalatenschap is bijzonder veelzijdig. Als architect en stedenbouwkundige tekende hij voor iconische projecten als de Bergpolderflat in Rotterdam (1934), het prototype van de galerijflat die wereldwijd navolging zou vinden, en de Parklaanflat (1933). Na de Tweede Wereldoorlog was hij als stedenbouwkundige betrokken bij de wederopbouw van Rotterdam, de aanleg van Zuidwijk en de uitbreiding van Vlaardingen.

7. Overlijden en nalatenschap

De erkenning die hij ontving was aanzienlijk: in 1952 werd hij Officier in de Orde van Oranje-Nassau, in 1964 ontving hij de Albert Schweitzer Prijs, in 1969 de Staatsprijs voor Beeldende Kunst en Architectuur, en in 1972 werd hij benoemd tot eredoctor in de Technische Wetenschappen aan de Technische Hogeschool Delft — de instelling die hem ooit had geïnspireerd via haar Bandoengse zusterhogeschool. Rotterdam eerde hem in 2006 met het Van Tijenmonument in de wijk Zuidwijk, de buurt die hij mede ontworpen had. Zijn vroege jaren in Nederlands-Indië, als irrigatie-ingenieur te midden van de wildernis van Java en de bruisende intellectuele atmosfeer van Bandoeng, vormen zo de onbekende maar essentiële opmaat tot een van de meest invloedrijke architectenloopbanen die Nederland heeft voortgebracht.


Bronnen en verder lezen

Hans (red.), Architecten in Nederland. Amsterdam/Gent: Ludion, 2005.
Wikipedia NL: ‘Willem van Tijen’ en ‘Institut Teknologi Bandung’.
— Delta TU Delft: ‘Hoe de banden tussen Delft en Bandung zijn ontstaan’ (2020).
— De Witte Raaf: ‘Willem van Tijen en de wederopbouw van Vlaardingen’.
— Architectuurgids.nl.
— ONH.nl: ‘Van Tijen: pionier van de sociale woningbouw’.
— Ton Idsinga & Jeroen Schilt, Architect W. van Tijen (1894-1974), Staatsuitgeverij

Relevante websites

Willem van Tijen Stichting
Willem_van_Tijen
Willem van Tijen (1984-1974)
Tentoonstelling Van Tijen: Wonen tot geluk maken – 5 november 2024 t/m 13 april 2025
Willem van Tijen in Amsterdam
__ Tijen, Willem van (1894-1974)

Bronnen afbeeldingen

Zie: Bronnen-afbeeldingen-w-van-tijen