Charles Burki (1909-1994): de Indische jongen die het gezicht van naoorlogs Nederland tekende
Er zijn weinig kunstenaars die zo veelzijdig waren als Charles Burki. Hij ontwierp affiches voor KLM, tekende stripverhalen voor Autorevue, gaf vorm aan boekomslagen vol dreiging en onheil, en leverde zelfs het ontwerp voor een bromfiets die daadwerkelijk in productie ging. Maar onder die glanzende reclamewereld lag een levensverhaal dat begon op Java en werd getekend door drie jaar Japanse gevangenschap — een verhaal dat hij, heimelijk tekenend in het kamp, voor het nageslacht bewaarde.
Een jeugd tussen Magelang en de tekentafel
Charles Burki werd op 4 mei 1909 geboren in Magelang, Midden-Java, als zoon van architect en gouvernementsambtenaar Frederik Willem Burki. Al op jonge leeftijd ontpopte hij zich als een gedreven tekenaar met een bijzondere fascinatie voor motoren. Op zijn vijftiende kocht hij zijn eerste motorfiets, een BSA 500cc Sloper, en in 1924 debuteerde hij — nog maar een tiener — als illustrator voor het Nederlandse tijdschrift *Sport in Beeld*. Na de HBS in Bandung vertrok hij in 1929 naar Nederland om bouwkunde te studeren aan de Technische Hoogeschool Delft, waar hij ook zijn latere vrouw Sophia leerde kennen.
Een paar jaar later trok Burki naar Parijs voor een opleiding aan de École des Beaux-Arts. Die studie moest hij echter afbreken: zijn vader, die zijn opleiding bekostigde, overleed plotseling. Burki vestigde zich daarop in Den Haag en sloeg het pad in dat hem beroemd zou maken: dat van illustrator.
Doorbraak als reclametekenaar
In de jaren dertig bloeide zijn carrière. Burki tekende voor gerenommeerde bedrijven als DAF, Shell, Philips, KLM, Goodyear, V&D, Bovag en de Holland-Amerika Lijn, en leverde illustraties aan tijdschriften als *Motor*, *Moto Revue* en *Sport in Beeld*. Zijn technische precisie en oog voor detail — vooral in voertuigen en industrieel ontwerp — maakten hem tot een veelgevraagd vakman. Op 24 augustus 1938 trouwde hij met Sophia, die toen zeventien was. Een maand later vertrokken de twee op een opmerkelijke huwelijksreis: op een motor met zijspan naar Genua, en vandaar per boot naar Nederlands-Indië.
Gevangenschap, Tamahoko Maru en Nagasaki
Die reis zou hun leven voorgoed veranderen. Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werden Charles en Sophia door de Japanners geïnterneerd. Burki bracht veertien maanden door in een kamp bij Bandung, voordat hij als krijgsgevangene op transport werd gezet naar Japan. Tijdens die overtocht overleefde hij de torpedering van het schip *Tamahoko Maru* door de Amerikaanse onderzeeboot USS Tang. In Nagasaki belandde hij in een werkkamp — waar hij ook de atoombom van 1945 overleefde.
Wat zijn verhaal werkelijk uitzonderlijk maakt, is wat hij tijdens zijn gevangenschap deed: in het geheim legde Burki het dagelijkse kampleven vast in tekeningen, met al de vindingrijkheid waarmee gevangenen hun bestaan draaglijk probeerden te houden. Voordat hij op transport moest, begroef hij de tekeningen heimelijk in het kamp. Pas in 1946 zorgde een medegevangene ervoor dat de opgegraven tekeningen weer bij Burki terechtkwamen. Op basis daarvan schreef en illustreerde hij zijn boek *Achter de Kawat* (1979, herzien in 2010), een van de weinige visuele getuigenissen van het kampleven die zo gedetailleerd en persoonlijk zijn overgeleverd.
Terug in Nederland: het gezicht van de wederopbouw
Eind 1945 keerden Charles en Sophia terug naar Nederland, waar Burki zich vanaf 1946 in Den Haag vestigde — eerst aan de Viviènstraat, later aan de Parkweg in Scheveningen. Het gezin kreeg twee dochters: Victoria Christina (1952) en Marina (1953).
Burki pakte zijn werk meteen weer op, en juist in deze jaren groeide hij uit tot een van de meest gevraagde reclametekenaars van Nederland. Met de naoorlogse economische groei nam ook de vraag naar consumentengoederen en advertenties toe, en Burki’s veelzijdigheid, vakmanschap en gevoel voor humor maakten hem tot de juiste man op het juiste moment. Hij werkte voor Philips, Fokker, DAF, Shell, Goodyear, Billiton en Elsevier, en ontwierp ook stripverhalen — het bekendst zijn zijn verhalen over de pijprokende schuinsmarcheerder *Kladsky*, gepubliceerd in *Autorevue*. Daarnaast tekende hij omslagen voor literaire werken en thrillers, waarin hij met een flamboyante toets dreigende, broeierige sferen wist op te roepen.
De ontwerper van vervoermiddelen
Burki’s liefde voor motoren en techniek bleef zijn werk kleuren. Van al zijn ontwerpen voor voertuigen werd er één daadwerkelijk geproduceerd: de Union Boomerang, een bromfiets met futuristische, gestroomlijnde lijnen die in 1961 op de markt kwam voor destijds ongeveer 768 gulden. Zijn nog gedurfdere ontwerp, de Union Rocket — met vormen die aan straalmotoren en de staartvinnen van een Cadillac doen denken — kwam nooit verder dan de tekentafel, maar werd decennia later, geïnspireerd door zijn tekeningen, alsnog gebouwd en getoond op evenementen als de Motorbeurs Assen.
Erkenning
Tijdens zijn leven bleef Burki naar verluidt opvallend bescheiden; zijn dochter Vick vertelde dat zijn werk pas na zijn dood goed werd tentoongesteld. Charles Burki overleed op 28 april 1994 in Den Haag. Sindsdien is zijn werk geëerd met overzichten in de Kunsthal Rotterdam (1997), het Museon in Den Haag (2010) en het DAF Museum in Eindhoven, dat een tentoonstelling aan hem wijdde onder de titel *Eerbetoon aan Charles Burki: hij zette DAF op de maan*. Zijn tekeningen zijn herdacht op Nederlandse postzegels en worden tot op de dag van vandaag gewild door verzamelaars; werk van zijn hand is geveild bij Christie’s en andere grote veilinghuizen.
Een Indische erfenis in de Nederlandse beeldcultuur
Burki’s levensverhaal verbindt op unieke wijze twee werelden: hij groeide op als Indisch kind van een Nederlandse architect in het toenmalige Nederlands-Indië, overleefde een van de zwaarste hoofdstukken van de Japanse bezetting, en werd vervolgens een van de meest herkenbare visuele vormgevers van het naoorlogse Nederland. Zijn werk — van futuristische bromfietsontwerpen tot de heimelijk bewaarde kamptekeningen van *Achter de Kawat* — vormt daarmee niet alleen een staalkaart van Nederlandse reclame- en illustratiekunst, maar ook een persoonlijk document van de Indische diaspora en haar oorlogservaring.
—
*Bronnen:
Indisch Museum online, Wikipedia (NL/EN), Wikidata, RKD Research, kunstbus.nl, Stichting Indische Documenten (SID), De Haagse Tijden, Regiobode, Omroep Assen, motor.nl, Union Boomerang (Wikipedia).