
Inhoud
¬ Redactioneel
¬ Sjoerd de Meer, Een stuurman als toerist. De reis van Jan Jacob Bertold naar Indië, 1818-1819
¬ Nienke van der Male, ‘Verbeeld je toch eens Nic, hoe wreed de inlanders toch zijn’. Koloniale opvattingen in de briefwisseling tussen Nic Beets en zijn ouders in Indië
¬ Coen van ’t Veer, De wraak van de bibi. De tienduizend dingen als misdaadroman
¬ Tom van der Geugten, Saïdjah en Adinda in de Nederlandse en Indonesische populaire cultuur
¬ Uitnodiging lezingenmiddag september 2026
Redactioneel
We kijken met plezier terug op de lezingenmiddag over Indische detectives en misdaadromans van 6 maart 2026. De volgende activiteit van onze Werkgroep vindt plaats op vrijdag 19 juni 2026 in Leiden. Dan zal prof. Jeroen Dewulf (Queen Beatrix Professor Dutch Studies aan de University of California, Berkeley) in Leiden de tiende Indische Letteren-lezing houden, getiteld: ‘Zonen en dochters van het schaduwimperium: Over Mardijkers, Sinjo’s, Indo’s en andere “inlandse kinderen”’. Meer informatie hierover kunt u in het eerste nummer van deze jaargang vinden en op de website. We hopen u allen daar te mogen begroeten.
Deze juniaflevering van Indische Letteren bevat vier artikelen. Het eerste is geschreven door Sjoerd de Meer, oud-conservator bij Het Scheepvaartmuseum. Hij publiceerde in 2024 in de Werken van de Linschoten-Vereeniging De reis van Jan Jacob Bertold naar Nederlands-Indië in 1818-1819. Het is een fascinerend verslag, niet in de laatste plaats vanwege de schitterende aquarellen die Bertold maakte. In zijn bijdrage aan ons tijdschrift geeft De Meer een overzicht van Bertolds indrukken van Nederlands-Indië.
Nienke van der Male, studente Neerlandistiek, schreef een uitstekende bachelorscriptie over de correspondentie van Nic Beets – een kleinzoon van de beroemde schrijver Nicolaas Beets – en zijn ouders. Het jongetje werd op jonge leeftijd naar Nederland gestuurd om te voorkomen dat hij zou ‘verindischen’. De originele brieven worden bewaard in Leiden. Van der Male heeft ze getranscribeerd en geanalyseerd, en deelt in haar artikel ‘Verbeeld je toch eens Nic, hoe wreed de inlanders toch zijn’ haar bevindingen.
Het derde artikel is van Coen van ’t Veer, die in onze Werkgroep geen onbekende is. Hij herlas de De tienduizend dingen (1955) van Maria Dermoût, een boek dat als een absolute klassieker geldt in de Indische Letteren Er zijn al van artikelen en studies over geschreven, maar het boek is nog nooit als een misdaadroman gelezen. In zijn bijdrage aan dit nummer stelt Van ’t Veer een nieuwe interpretatie voor.
Ten slotte laat Tom van der Geugten, auteur van het boek Getekend Verleden. Strips, stripmakers en kolonialisme (2024), in zijn artikel zien hoe het beroemde Saïdjah en Adinda-verhaal uit Multatuli’s Max Havelaar (1860) in de loop der tijd in stripvorm is bewerkt, zowel in Nederland als in Indonesië.
Natuurlijk hopen we u weer te mogen begroeten bij onze komende activiteiten. De eerstvolgende lezingenmiddag vindt plaats op vrijdag 11 september 2025. Meer informatie staat achterin dit nummer. Noteert u ook alvast de datum van het Bronbeek-symposium van dit jaar. Dat zal op 8 november 2026 plaatsvinden en zal gaan over de meest recente boeken uit de Indische Letteren, naar aanleiding van het verschijnen van het boek Postkoloniale stemmen. Nederlands-Indische literatuur, 2010-2025 bij Walburg Pers dit najaar. Het belooft een bijzondere bijeenkomst te worden! Meer informatie daarover kunt u in het derde nummer verwachten.
Voor nu wensen we u veel plezier bij het lezen van de artikelen in dit nummer!
≈¦≈
