Merapi Obermayer

English version

merapi.obermayerMERAPI OBERMAYER
kunstenares, dichteres en schrijfster

Ik werd in 1947 geboren in Indonesië, op het eiland Java, in Pelantungan vlakbij de stad Semarang. De onthechting greep om zich heen. De oorspronkelijke inwoners van het Rijk van Insulinde lieten zich niet meer dicteren door heren en dames van buiten de archipel.

Hoe moesten mijn ouders mij na de bevalling kleden? Er was aan alles gebrek. De bibliotheek bracht uitkomst. Van de boeken die er nog stonden weekten mijn ouders het linnen af. Mijn babykleertjes zijn gemaakt van de aan elkaar genaaide stukjes boeklinnen. De belangrijkste kleuren zijn oudroze, geel en oker, kleuren waar mijn moeder veel van hield. Ze passen bij het landschap van Indonesië.

[Klik op een afbeelding voor een vergroting]

2HesjeLuier-1
1luierHesje-1

1luierHesje-2
2HesjeLuier-2

Op mijn kussentje staat in spiegelbeeld: De stem van het geweten. Mijn verschoten hesje draagt de titel: Tarzan de Leeuwman. De naam van de schrijver, Burroughs, verdwijnt halverwege de naad. Op een van de luiers staat nog te lezen: Alleen voor zondaars.

Titels waren onvermijdelijk. Ons kind te ruste leggen op de stem van een ander doet niemand pijn moeten ze gedacht hebben toen ze de titels uitkozen. Van gevonden stukken karton maakten ze nieuwe kaften en de titels schreven ze er met potlood op.

De babykleertjes tonen durf en een talent voor improvisatie.

7AbookobjectKorte biografie

Merapi Obermayer werd geboren op 6 september 1947 in Pelantungan op het eiland Java. Haar geboorteplaats is een leprakolonie. Haar achtergrond is Indonesisch–Joods en iets onbekends. Haar moeder was een vondeling.

De nieuwe Indonesische regering weigerde hen het Indonesisch staatsburgerschap waarna zij de consequenties trokken. In 1952 vertrok Merapi met haar ouders en zusje naar Nederland. Hier groeide zij op in een kindertehuis bij de nonnen die er een strikt en pijnlijk regiem op na hielden.

De vakanties bracht ze door bij haar ouders in een leprakolonie ergens aan de rand van een dorp dat was omgeven door bos en heide en net als het internaat geïsoleerd was van de Nederlandse samenleving. Pas toen ze twintig was kwam zij daarmee volledig in aanraking.

Merapi maakte contact met hen die net als zij hun leven een nieuwe wending moesten geven met achterlating van hun verleden, hun pijn en hun verlies. Haar komst naar Amsterdam was een natuurlijke keuze. Het waren roerige tijden.

Met hulp van kunstenaars van diverse pluimages ontwikkelde Merapi zich tot beeldend kunstenares. Zij heeft met name veel te danken aan Oey Tjeng Sit. Hij stimuleerde haar om in de kunst haar eigen weg te bewandelen en haar eigen taal te zoeken. Wat haar tot de uitspraak bracht: ‘je eigen taal is de taal die je het minste spreekt.’

Het ‘Indische niemandsland’ waarin zij verkeerde werd een bron van inspiratie.

In 1981 keerde ze terug naar Indonesië om haar geboorteplaats te bezoeken. Haar terugkeer pakte anders uit dan ze had gedacht en ze besloot te reizen. Haar eerste buitenlandse tentoonstellingen vonden plaats in Brazilië, later New York, Parijs, Duitsland en nog zo wat.

Naast haar beeldende werk houdt Merapi zich bezig met schrijven. Haar poëzie is helder, vaak kort van stof en heeft een sterk ritme. Veelal is het verbonden met haar beeldende werk.

In 2001 publiceerde uitgeverij Bert Bakker een autobiografische roman van haar.

In 2007 werd het als toneelstuk opgevoerd onder de titel ‘Het eiland’, dat werd herschreven en geregisseerd door Patrizia Filia.

Latere aspecten van haar werk zijn foto’s, die ze droombeelden noemt.

Het werken onder een thematische noemer, noemt ze sociobrainsquestions.

 

KoperMerapi over haar werk

‘Fragmenten die voorbijgaan’ noem ik mijn werk. Dat is wat we zijn. Ons ego zorgt ervoor dat onze voeten stevig verankerd zitten aan deze aarde. In het besef dat we eens plaats moeten maken voor een ander, een nieuw leven.

Wie geen landschap heeft moet er zelf maar een samenstellen. Het kunstenaarschap helpt mij bij het creëren van een eigen landschap. Een landschap dat niet door anderen kan worden weggehaald of vernietigd. Een landschap dat ik altijd met me meedraag waarin ik mijn verlangens kan begraven en weer tevoorschijn kan halen. Mijn werk is ritmisch. Stilte en harmonie hangen er als wolken overheen. Sfeer is voor mij erg belangrijk. Dat is wat het langste blijft hangen, vooral als kind. Concrete herinneringen slippen als zand door de vingers. Sporen achterlatend van vreugde en verdriet. Gebeurtenissen die altijd omringd zullen zijn met vragen. Wachtend op het juiste moment om toe te slaan. Mijn kunstenaarschap staat niet in het teken van het bewust naar buiten brengen van mijn ‘roots’, wortels. Soms moet je je wortels begraven, uit zelfbescherming, omdat de samenleving daar om vraagt. In mijn werk zijn altijd sporen aanwezig die mijn achtergrond verraden. Hun aanwezigheid is  vanzelfsprekend.

Als kunstenaar ben ik altijd mijn eigen weg gegaan. Ik werk met materiaal dat mij doet herinneren aan de gelukkige momenten uit mijn jeugd. Gevonden materiaal. Fijnmazig. Als kind had ik dat al. Materiaal waarvan ik het gevoel heb dat alleen ik kan zien welke mogelijkheden het heeft.

Mijn kunstenaarschap geeft mij de mogelijkheid om een draagbaar heden te scheppen.

Mijn slaap werd mij in mijn jeugd ontnomen. Later werden de nachten in de stad mij even lief als de dagen. Levend tussen hun muren voel ik mij als een vis in het water. Steden maken maar meer deel uit van de natuur dan we denken. Ook steden hebben hun vreedzame momenten.

Schrijven is onderdeel geworden van mijn beeldende kunst.  Ik maak woord en boekobjecten. Mijn poëzie zet ik om in een ‘symfonie’ van letters, getallen en tekens. Deze ‘symfonieën’ zijn een metafoor voor verhalen die de buitenwereld niet kunnen bereiken. Verhalen die niet verteld kunnen worden. Verhalen die vermalen worden door de molens van de bureaucratie. Wie veel geduld heeft kan de sleutel vinden om deze ‘symfonieën’ weer om te zetten in een leesbaar geheel.

 

2Internalaffairs