Architectuur

Fenny Vlietstra ~ Indische architectuur

Als je je een beetje verdiept in de Indische architectuur, dat wil zeggen de architectuur in het voormalig Nederlands Indië tot voor de proclamatie van 1949, dan lees je dat er lange tijd weinig specifieke belangstelling voor bestond. Gelukkig komt er steeds meer aandacht voor.

Cor Passchier (eclectische architectuur/Indo-Europese bouwkunst)en Huib Akihary (kunsthistoricus) hebben met boeken, artikelen en lezingen daartoe bijgedragen. Het boek van Huib Akihary ‘Architectuur en stedenbouw in Indonesië van 1870-1970’ vond ik fantastisch. Daar kwamen alle elementen, die ik als leek wil weten, samen, inclusief de prachtige illustraties. Met heimwee las en bekeek ik de foto’s.

hy4
Uit: Huib Akihary’s “Architectuur en stedenbouw in Indonesië van 1870-1970”

Ook het artikel van Thijs Weststeijn ‘De Indische wortels van het Nederlandse modernisme’, waarin uitgelegd wordt hoe de grondleggers van het Nederlandse modernisme (zoals Berlage), waren beïnvloed door de cultuur van het huidige Indonesië. ‘Berlages Indische reis verduidelijkt hoe het debat over inlandse vormen als katalysator werkte op architectuuropvattingen in Nederland (H.P.Berlage, ‘Indische reis, gedachten over cultuur en kunst’). Algemene ideeën over gemeenschapskunst werden door het contact met Indië genuanceerd.’ Een goed voorbeeld van een bouwkundig experiment waarvoor Indië een vrijplaats werd, is Wolff Schoemaker’s Villa Isola in Bandung. ‘Deze exuberante taart van geplooide verdiepingen (een mix van art deco, Frank Lloyd Wright en Amerikaanse streamline esthetiek) heeft in Nederland geen equivalent. Het is denkbaar dat Willem Dudok, die ook in de kolonie bouwde, zijn ideeën toetste aan de discussie over de ‘tropenstijl’ en ervoor koos de strikte geometrie van Berlages vroege werken te verlaten’.

Download: Weststeijn, T- 2008- De Indische wortels van het Nederlandse modernisme:
Weststeijn T- 2008 (PDF FILE)

De Indische bouwkunst is niet eenduidig en eenvoudig te benoemen. Daar is destijds veel discussie over gevoerd. Er bestaan meerdere tropische bouwstijlen. Een gemeenschappelijke noemer is volgens mij het samengaan van oosterse en westerse elementen. Volgens Berlage, ‘een synthese van het westerse constructiesysteem en de oosterse kunstvorm’.

Bouwmeesters uit de tijd van de Compagnie (1602-1799) brachten ‘vooral Hollandse gebouwen over op Indischen bodem’. Tot de 19e eeuw was de koloniale bouwkunst tot een minimum beperkt. De invloed van het heersende classicisme zien we terug in de grote (overheids)gebouwen, die de voortzetting waren van de architectuur uit het Oude Europa (van de Grieks-Romeinse tijd tot aan de Renaissance). De gunstige conjunctuur rond de eeuwwisseling (van de 19e naar de 20e eeuw) bracht een explosieve groei van Europeanen naar ‘de kolonie’. Men kon nog nauwelijks spreken van een infrastructuur. Er was een groot tekort aan scholen,ziekenhuizen, overheidsgebouwen en woningen. Dit deed de vraag versnellen naar hoog opgeleide Nederlandse bouwkundige ingenieurs. De gangbare Europese bouwstijlen bleken echter niet geschikt voor het tropische klimaat. Er werd naar nieuwe bouwstijlen gezocht, die resulteerden in een nieuwe Indische bouwstijl. De architecten waren veelal opgeleid in Nederland (Delft) en waren beïnvloed door stromingen uit het buitenland (o.a. de moderne architectuur uit de VS van o.a. Frank Lloyd Wright). Deze tropenstijl was vaak een verbinding van de moderne westerse bouwstijl met inheemse culturele elementen.

Ondanks het zoeken naar een Indische identiteit behield het merendeel van de gebouwen een Europees uiterlijk, met een tropische variant van Art Deco en het Nieuwe Bouwen. Architect Charles Prosper Wolff Schoemaker (1882-1949) ontwikkelde een nieuwe vormentaal gebaseerd op tropische omstandigheden.Jan van Dullemen beschrijft in zijn prachtige boek ‘Tropisch Modernisme’, het leven van deze architect en zijn broer Richard, zijn vriendschappen met Soekarno en Dominique Berretty, opdrachtgever van Villa Isola. De definitie van een Tropische bouwstijl, blijft onbeantwoord. Het wordt in het boek samengevat onder het verzamelbegrip: Moderniteit in de Tropen. Het is geen stijl, die zijn eigen norm stelt, maar meer een combinatie van inzicht in de lokale context, aangevuld met Aziatische iconografie.

Na 1949 blijven slechts enkele Nederlandse architecten en stedenbouwkundigen werkzaam in de Republiek Indonesië. Samen met hun Indonesische collega’s ontwerpen zij stadsplannen en gebouwen. De belangstelling voor het cultureel erfgoed in Indonesië en het behoud ervan is groeiend, gelukkig geldt dat ook voor de ‘colonial built heritage’.

Download: Huib Akihary ~ Architectuur en stedenbouw in Indonesië van 1870-1970

Akihary, Huib- 1990(1988) (PDF FILE)


——————————————————————————————————————-

C.J. van Dulleman (2010) ~ Tropical modernity
10220.schoemaker_1-(w150)
LINK

——————————————————————————————————————-

Cor Passchier (2016) ~ Bouwen in Indonesië, 1600-1960
Bouwen-in-indonesië-cover2-(w150)
LINK

——————————————————————————————————————-

Obbe Norbruis (2018) ~ Het werk van Hulswit-Fermont-Cuypers (twee delen)
Boek1-(w150)     Boek2-(w150)
LINK

Interview met Obbe Norbruis/

——————————————————————————————————————-

Obbe Norbruis (2020) ~ Life and work of Ed.Cuypers & Hulswit-Fermont (two volumes)
     
LINK

Interview with Obbe Norbruis/